Iedere (hobby)tuinier heeft ongetwijfeld al eens van de IJsheiligen gehoord: vier opeenvolgende dagen in mei waarop de naamdagen van de katholieke heiligen Sint Mamertus, Sint Pancratius, Sint Servatius en Sint Bonifatius worden gevierd. Ieder jaar is dit op 11, 12, 13 en 14 mei. Maar daar ken je het begrip ‘IJsheiligen’ wellicht niet van!

IJsheiligen is namelijk ook één van de oudste – en misschien wel het meest bekende – begrippen uit de volksweerkunde. Al rond het jaar 1000 werden deze heiligen in verband gebracht met koud voorjaarsweer. Dit is immers de periode dat de gewassen in volle bloei staan. Een late nachtvorst (ook begin mei niet ongebruikelijk) kan hierbij veel schade aanrichten en dat is natuurlijk wel het laatste waar je aan wilt denken. Jij wilt deze zomer immers volop genieten van verse groenten en vers fruit uit eigen tuin.

Is IJsheiligen voorbij, dan kun je gaan afharden

Het mag duidelijk zijn: voor 15 mei houd je je zorgvuldig opgekweekte plantjes nog veilig binnen. Sommige gewassen, zoals bijvoorbeeld tomaten, komkommers en courgettes, kunnen absoluut niet tegen kou. Zelfs temperaturen onder de tien graden zijn te laag voor ze! Zijn de IJsheiligen echter officieel voorbij, dan kun je gaan beginnen met het ‘afharden’ van je plantjes.

Met dit afharden wordt bedoeld dat je ze langzaam laat wennen aan de buitenlucht. Plantjes die je binnen hebt gekweekt, kun je niet zomaar in de volle grond zetten. Niets menselijks is ze vreemd, dus ook jonge gewassen moeten wennen aan wisselende temperaturen, het directe zonlicht en de wind. Doe je dit niet, maar plant je ze meteen uit, dan loop je de kans dat je planten stoppen met groeien of zelfs gewoon doodgaan.

Je planten afharden in 5 stappen

Nu hoef je natuurlijk niet een strak schema op te stellen om je planten te laten wennen om hun nieuwe omgeving. Welnee, dat afharden is eigenlijk heel eenvoudig. Dit is wat je doet:

  1. Zoek een beschutte plek uit in de tuin, het liefst uit direct zonlicht.
  2. De eerste dag begin je met een uurtje buitenlucht, de volgende dag plak je er een uur aan vast en zo bouw je op.
  3. Na een paar dagen zet je ze wat meer in de zon. Geef ze wel wat meer water als ze in de felle zon staan.
  4. Na een week zijn je planten afgehard en kunnen ze buiten blijven. (Mits de temperatuur niet onder de 10 graden komt. Zakt het kwik, zet ze dan in een ruimte zonder verwarming.)
  5. Aan het eind van de maand mei zijn de plantjes zo ver gewend dat je ze een permanent plekje kunt geven.

Het wordt druk na IJsheiligen

Is IJsheiligen achter de rug en staan je planten op hun permanente plek, dan begint het spektakel natuurlijk pas echt! Eind mei is de periode dat je het heel erg druk gaat krijgen. Nu de gewassen in de grond staan, gaan ze immers pas echt hard groeien (net als het onkruid). Bovendien weten slakken en andere plaagdieren hun weg meteen te vinden in jouw moestuin.

Je kunt je planten beschermen door ze in een tuinkas van bio-polycarbonaat te zetten. Ook zijn er verschillende (biologische) hulpmiddelen, zoals compost en meststoffen, die je gewassen van de juiste voeding voorzien. En gaan we een warme, droge zomer tegemoet? Dan zorg je uiteraard voor een goed beregeningssysteem, zodat je zeker weet dat je planten voldoende water krijgen.

Als je wacht met het uitplanten van je gewassen tot na IJsheiligen én de tijd neemt om je jonge plantjes af te harden, dan staat er nog maar weinig een goede oogst in de weg!